Welke voegbreedte en voegdiepte is ideaal voor kit?
Een kitvoeg die te smal, te diep of verkeerd gevuld is, scheurt sneller of laat los. Met een correcte voegvorm werkt de kit zoals bedoeld: elastisch, waterdicht en duurzaam. Hieronder lees je hoe je de juiste voegbreedte en -diepte bepaalt en wanneer rugvulling nodig is.
Waarom voegafmetingen zo belangrijk zijn
Kit is bedoeld om beweging op te vangen. Als de voeg te diep wordt gevuld, kan de kit niet goed vervormen en ontstaan scheuren. Is de voeg te smal, dan wordt de kitlaag te dun en kan de kit sneller loskomen. Een juiste voegvorm zorgt ervoor dat de kit “meewerkt” met uitzetting en krimp van materialen.
De verhouding tussen voegbreedte en voegdiepte
Voor de meeste aansluitvoegen geldt: de kitlaag moet niet dieper zijn dan nodig. In de praktijk wordt vaak gewerkt met een verhouding waarbij de kitlaag ongeveer half zo dik is als de voeg breed is, zodat de kit elastisch kan blijven werken.
- Te diep vullen verhoogt spanning in de kit en vergroot de kans op scheuren.
- Te ondiep vullen kan zorgen voor onvoldoende hechting of waterdichtheid.
- Een gelijkmatige, gladde voeg blijft langer schoon en is makkelijker te onderhouden.
Wanneer heb je rugvulling nodig?
Bij bredere of diepere voegen is rugvulling (backer rod) vaak nodig om de voegdiepte te beperken. Rugvulling helpt ook om een correcte hechting te krijgen: kit hoort bij voorkeur aan twee zijden te hechten, niet op drie vlakken. Driezijdige hechting verhoogt de kans op scheuren.
- Gebruik rugvulling als de voeg te diep is om correct te kitten.
- Rugvulling voorkomt dat kit in de voeg verdwijnt en te dik wordt aangebracht.
- Een correcte voegopbouw helpt de kit beweging op te vangen zonder los te komen.
Praktisch stappenplan voor een correcte voeg
- Meet de voeg (breedte en diepte) en bepaal of rugvulling nodig is.
- Reinig en ontvet de ondergrond zodat de kit optimaal hecht.
- Breng kit gelijkmatig aan zonder onderbrekingen.
- Strijk meteen af met afstrijkplaatjes voor een glad resultaat.
- Laat voldoende uitharden vóór je de voeg belast of nat maakt.
