De Stanley® Gipsblokkenzaag FatMax is een handzaag die speciaal ontworpen is voor het op maat zagen van gipsblokken en cellenbeton. Het blad is voorzien van een grove vertanding, wat het zaagblad geschikt maakt om snel en gecontroleerd door zacht, brokkelig bouwmateriaal te gaan. Bij de zaag krijg je een houder, zodat je de zaag veilig en stofvrij kunt opbergen wanneer je hem niet gebruikt.
Wat de zaag doet en hoe hij werkt
Gipsblokken en cellenbeton zijn relatief zacht maar wel schurend voor gereedschap. Een gewone houtzaag slijt daardoor snel en verstopt. De grove vertanding van deze gipsblokkenzaag is afgestemd op dit soort materiaal: de tanden hebben veel ruimte tussen zich, waardoor het zaagsel en gruis goed afgevoerd worden en de zaag niet vastloopt. Zo blijf je vlot doorzagen zonder dat de zaagsnede dichtslibt.
De grote tanden nemen per slag veel materiaal weg, wat het werken vooral bij dik plaatmateriaal een stuk sneller maakt. Het robuuste FatMax-blad is gemaakt om de schurende werking van gips en beton lang te doorstaan.
Waarvoor je hem gebruikt
De zaag is bedoeld voor lichte, poreuze bouwmaterialen waar je met de hand doorheen wilt zagen:
- Gipsblokken — op maat zagen voor scheidingswanden;
- Cellenbeton (gasbeton) — blokken en platen verzagen;
- Andere zachte, brokkelige bouwplaten waarbij een grove tand nodig is.
Voor hard materiaal zoals beton of metselsteen is deze zaag niet bedoeld; daarvoor gebruik je ander gereedschap.
Praktisch gebruik en zo kies je
Teken eerst je zaaglijn af op het blok. Zet de zaag in een lichte hoek en begin met korte halen om een groef te maken; daarna kun je met lange, regelmatige halen doorzagen. Laat de tanden het werk doen en duw niet te hard — door de eigen massa en de grove vertanding gaat het zagen vanzelf vlot. Berg de zaag na gebruik op in de meegeleverde houder, zodat de tanden beschermd blijven en je de zaag snel terugvindt.
Let bij het kiezen op de bladlengte: een langere zaag laat je in één haal door dikkere blokken gaan, terwijl een kortere zaag handiger is bij krap werk. De vertanding bepaalt de snelheid en netheid van de snede — een grovere tand zaagt sneller, een fijnere tand laat een gladdere rand achter.