Verschil tussen PU-voegvulling (bouwvoegen) en PE-voegvulling (vloervoegen)
Voegvulling (rugvulling) lijkt op het eerste zicht “gewoon een rond schuimprofiel”, maar het materiaal maakt in de praktijk een groot verschil. In bouwvoegen zie je vaak PU-voegvulling, terwijl bij vloervoegen en dilataties in chape of beton meestal PE-voegvulling wordt gebruikt. Hieronder leg ik uit waarom, hoe je het juiste type kiest en wat het effect is op duurzaamheid, verbruik en scheurvorming.
Waarom werk je met voegvulling (rugvulling)?
Voegvulling is geen “opvulling om te besparen”, maar een onderdeel van een correcte voegopbouw. Ze bepaalt de juiste kitdiepte, voorkomt driezijdige hechting en helpt de kitvoeg elastisch te laten werken.
- Juiste kitdiepte: je voorkomt dat de kit te dik wordt aangebracht, wat scheuren kan veroorzaken.
- Geen 3-zijdige hechting: kit hecht idealiter op twee zijden, niet op de bodem van de voeg.
- Minder verbruik: je vult niet onnodig volume met kit, zeker bij lange voegen scheelt dat veel.
- Nettere voegvorm: je krijgt sneller een consistente voeg over grote lengtes.
PU-voegvulling: typisch voor bouw- en geveldilataties
PU-voegvulling (polyurethaanschuim) zie je veel in bouwvoegen, gevelnaden en industriële aansluitingen. Het materiaal is meestal iets “open-cellig” en laat zich vlot indrukken en aanpassen aan wisselende voegbreedtes. Dat is handig in ruwbouw, prefab en gevelwerk waar voegen niet altijd perfect uniform zijn.
- Waar gebruikt? Gevelvoegen, bouwdilataties, aansluitvoegen rond prefab, industriële naden.
- Waarom gekozen? Vlot te plaatsen, past zich goed aan, praktisch bij lange meters en wisselende voegbreedtes.
- Belangrijk aandachtspunt: kies een diameter die iets groter is dan de voegbreedte zodat de rugvulling licht opgespannen zit.
In de praktijk wordt PU-voegvulling vaak samen besteld met hybride bouwkitten in worsten (bv. bij industriële gebouwen) omdat je daarmee brede voegen correct kan opbouwen.
PE-voegvulling: standaard voor vloervoegen en beton/chape
PE-voegvulling (polyethyleen, meestal gesloten-cellig) is de klassieke keuze bij vloervoegen, dilataties in chape en beton, en bij aansluitvoegen waar je vooral een stabiele, vochtbestendige rugvulling wil. Omdat PE doorgaans gesloten-cellig is, neemt het minder snel vocht op en blijft het profiel stabiel in vochtige omstandigheden.
- Waar gebruikt? Vloervoegen, dilataties in chape, betonvoegen, aansluitingen bij vloersystemen.
- Waarom gekozen? Vormvast, gesloten-cellig (minder vochtopname), technisch vaak de standaard bij vloeropbouw.
- Belangrijk aandachtspunt: PE is vaak “gladder” en werkt goed als scheiding zodat kit niet aan de bodem hecht.
Zo kies je tussen PU en PE
In de praktijk kan je het eenvoudig bekijken: bouwvoegen zijn vaak ruwer en variabeler, vloervoegen zijn technisch strakker en vragen meer vormvastheid. Dat vertaalt zich in het materiaal dat het best werkt.
Je werkt in ruwbouw, gevel of industriebouw met langere meters, wisselende voegbreedtes of bouwdilataties waar vlotte plaatsing belangrijk is.
Je werkt in vloeren (chape/beton), dilataties of technisch gedefinieerde voegen waar vormvastheid, gesloten-cellig gedrag en consistentie belangrijk zijn.
Neem doorgaans een profiel dat iets groter is dan de voegbreedte zodat het licht opgespannen zit. Zo blijft de rugvulling op diepte en verschuift ze niet tijdens het kitten.
Plaatsing: zo vermijd je de typische fouten
- Niet beschadigen: plaats rugvulling zonder scherpe gereedschappen die het profiel insnijden.
- Correcte diepte: duw de rugvulling tot de gewenste kitdiepte; zo vermijd je een te dikke kitlaag.
- Geen onderbrekingen: laat rugvulling mooi aansluiten zodat je geen holtes krijgt in de voegopbouw.
- Afwerken: strijk kit meteen af met afstrijkplaatjes en waar nodig afstrijkmiddel voor een gesloten, glad oppervlak.
