Deze zeskantbout is gemaakt volgens de DIN 931-norm en heeft deeldraad: alleen het onderste stuk van de schacht is voorzien van schroefdraad, terwijl het bovenste deel glad blijft. De bout is verzinkt, wat bescherming biedt tegen roest en corrosie, en valt in sterkteklasse 8.8, een veelgebruikte klasse voor constructieve verbindingen. De zeskantkop (SW) laat je toe de bout stevig aan te draaien met een steeksleutel, ringsleutel of dopsleutel.
Wat de bout is en hoe hij werkt
Een bout met deeldraad heeft een glad schachtdeel dat niet is voorzien van draad. Dat gladde deel loopt dwars door de te verbinden materialen, terwijl alleen het draadgedeelte in de moer of het gaatgat grijpt. Hierdoor neemt de bout dwarskrachten (schuifkrachten) op via het volle, gladde materiaal in plaats van via de kwetsbaardere draad. Dat maakt deze uitvoering sterker en stabieler in verbindingen die zijwaartse belasting moeten weerstaan, vergeleken met een bout met doorlopende draad.
Sterkteklasse 8.8 geeft aan hoeveel trek- en breukbelasting de bout aankan: de eerste cijfer (8) staat voor de treksterkte, het tweede cijfer geeft de verhouding met de vloeigrens aan. Dit maakt de bout geschikt voor constructies waar behoorlijke krachten op de verbinding komen te staan. De zinklaag beschermt het staal tegen vocht en oxidatie, waardoor de bout langer meegaat, ook bij gebruik buiten of in vochtige omgevingen.
Waarvoor je hem gebruikt
Zeskantbouten met deeldraad volgens DIN 931 zijn breed inzetbaar in constructieve en mechanische verbindingen:
- Staalconstructies en metaalbouw — verbinden van balken, profielen en platen;
- Machinebouw — bevestigen van onderdelen die trillingen of schuifkrachten moeten weerstaan;
- Houtconstructies met doorlopende bevestiging — in combinatie met moeren en sluitringen;
- Algemeen constructiewerk — overal waar een sterke, duurzame verbinding nodig is.
Praktisch gebruik en zo kies je
Kies de juiste lengte zodat het gladde (onbedraade) deel van de bout precies door het te verbinden materiaal loopt, en het draadgedeelte voldoende in de moer of het draadgat steekt. Gebruik altijd een passende moer en, indien nodig, sluitringen om de druk goed te verdelen en het verzinkte oppervlak te beschermen tegen beschadiging. Draai de bout aan met een steek- of ringsleutel passend bij de zeskantkop (SW-maat), en let op het aangegeven aanhaalmoment als dat voor jouw toepassing van belang is. Controleer bij buitentoepassingen regelmatig op slijtage van de zinklaag, vooral in agressieve omgevingen.