De zeskantbout met deeldraad volgens DIN 931 is een bevestigingsbout in inox A2 roestvast staal, herkenbaar aan de zeskantige kop waarmee je hem met een steeksleutel of dopsleutel vastzet. In tegenstelling tot een bout met volledige draad loopt de schroefdraad hier niet over de hele lengte door: enkel een deel van de schacht is van draad voorzien, terwijl het overige stuk glad blijft. Dat verschil is precies waar deze boutuitvoering zijn kracht uit haalt.
Wat de bout doet en hoe hij werkt
Het gladde schachtdeel past nauwkeurig in het boorgat van de te verbinden materialen. Omdat hier geen draad in zit, ontstaat er minder speling en kan de bout dwarskrachten (afschuiving) beter opvangen dan een bout die over de volledige lengte van draad is voorzien. Het draadeinde dient om een moer op te schroeven of om in getapt materiaal te draaien, zodat de klemming tot stand komt.
De zeskantkop maakt het mogelijk om met een gewone steeksleutel of een dopsleutel voldoende aandraaimoment te zetten, ook in situaties met wat minder ruimte rondom de bout. Het materiaal, inox A2, is roestvast staal dat goed bestand is tegen vocht en normale weersinvloeden. Het is geschikt voor gebruik binnen, in de tuin en in vochtige ruimtes, maar minder geschikt voor omgevingen met veel zout of chloor (zoals direct aan zee), waarvoor inox A4 een betere keuze is.
Waarvoor je hem gebruikt
Deze bout wordt veel toegepast in situaties waar je een sterke, corrosiebestendige verbinding nodig hebt:
- Houtconstructies — balken, palen en constructiehout aan elkaar of aan metalen beslag bevestigen;
- Staal- en metaalconstructies — profielen, platen en frames met elkaar verbinden;
- Tuin- en buitentoepassingen — schuttingen, pergola's, tuinmeubilair en andere buitenconstructies;
- Machines en installaties — onderdelen bevestigen waarbij trillingsbestendigheid en corrosiebestendigheid gewenst zijn;
- In combinatie met een passende moer en eventueel sluitring of borgring voor een complete, stevige boutverbinding.
Praktisch gebruik en zo kies je
Kies de lengte zo dat het ongedraaide (gladde) deel van de schacht in het te verbinden materiaal komt te zitten — dat geeft de beste weerstand tegen afschuiving — terwijl het draadeinde net genoeg uitsteekt om de moer volledig vast te draaien. Gebruik een sleutel met de juiste sleutelwijdte om te voorkomen dat je de zeskantkop beschadigt, en zet de bout gelijkmatig en met voldoende, maar niet overdreven kracht vast.
Plaats waar mogelijk een sluitring onder de moer en/of onder de kop; dat verdeelt de druk beter over het oppervlak en beschermt het materiaal. Bij trillingsgevoelige verbindingen kies je voor een borgring of borgmoer om losraken te voorkomen. Combineer inox A2 bij voorkeur met andere roestvaste onderdelen om galvanische corrosie tussen ongelijke metalen te vermijden, zo haal je de langste levensduur uit de verbinding.