Deze zeskanttapbout is een bevestigingsmiddel volgens de DIN 933-norm, herkenbaar aan de zeskantkop die je met een steeksleutel of ringsleutel vastdraait. In tegenstelling tot een bout met deeldraad loopt de schroefdraad hier over de volledige lengte van de schacht door — vandaar de naam "voldraad". Het verzinkte staal in sterkteklasse 8.8 maakt de bout geschikt voor stevige, belaste verbindingen die ook tegen wat vocht en weersinvloeden bestand moeten zijn.
Wat de bout doet en hoe hij werkt
De bout klemt twee of meer onderdelen samen door samenwerking met een moer of een voorgeboord/getapt gat. Omdat de draad over de gehele lengte doorloopt, kun je de moer op elke gewenste positie plaatsen; je bent dus niet gebonden aan een vast klemgebied zoals bij een bout met een gladde schachtdeel. Dit maakt de voldraadbout bijzonder geschikt wanneer de dikte van het te bevestigen materiaal kan variëren of wanneer je meerdere platen of profielen op verschillende diktes moet doorschroeven.
De sterkteklasse 8.8 geeft aan dat de bout een hoge treksterkte en vloeigrens heeft, waardoor hij goed bestand is tegen trek- en schuifbelasting. De verzinkte afwerking beschermt het staal tegen roestvorming en corrosie, wat de levensduur van de verbinding ten goede komt, zeker bij gebruik buiten of in vochtige ruimtes.
Waarvoor je hem gebruikt
Deze bout is breed inzetbaar voor constructieve en algemene bevestigingswerkzaamheden:
- Metaalconstructies — verbinden van profielen, platen en frames;
- Houtbouw en machinebouw — waar een doorlopende draad extra montagevrijheid biedt;
- Tuin- en buitentoepassingen — dankzij de verzinkte beschermlaag tegen corrosie;
- Reparatie- en klusprojecten — overal waar je een stevige, standaard schroefverbinding nodig hebt.
Praktisch gebruik en zo kies je
Kies eerst de juiste lengte en diameter passend bij de dikte van het materiaal en de belasting die de verbinding moet dragen — deze gegevens vind je terug in de specificaties. Boor of gebruik een bestaand gat dat qua diameter bij de bout past, plaats de bout en draai de moer met de hand op tot deze net contact maakt met het materiaal. Draai daarna verder aan met een steeksleutel of momentsleutel tot de gewenste aandraaimoment is bereikt, zodat de verbinding stevig maar niet overbelast vastzit.
Gebruik bij voorkeur een sluitring onder de moer om de druk beter te verdelen en beschadiging van het oppervlak te voorkomen. Voor verbindingen die trillingen ondervinden, kan een borgring of borgmoer een verstandige toevoeging zijn om losraken te voorkomen.